Karel Derkzen Van Angeren
Ridder van Ranstlei 83, Mortsel
Op de Ridder van Ranstlei 83 woonde sinds 1932 het gezin van Karel Henri DERKZEN VAN ANGEREN (°1903). Hij was afkomstig uit Nederland, gehuwd met Maria Hedgren (°1900) en ze hadden een zoon Pieter (°1929).
Bij de inval van Duitsland op 10 mei 1940 meldde Karel zich als vrijwilliger voor het Nederlandse leger en diende in het Regiment Infanterie dat Zeeland verdedigde. Na de capitulatie van Nederland op 15 mei 1940 keerde hij weer naar huis. Karel werkte in de Antwerpse maritieme sector en van daaruit hielp hij mensen die Nederland wilden ontvluchten om zich aan te sluiten bij de Nederlandse strijdkrachten in Groot-Brittannië.
In Nederland bestond er een uitgebreid netwerk van spionnen. Toen het hoofd van die afdeling zelf moest vluchten voor zijn leven, nam Karel het van hem over. Hij voerde het aantal reizen op en intensifieerde zijn contacten met het Nederlandse verzet tot 14 april 1942, de dag dat hij werd gearresteerd. Die 14de om zes uur ’s morgens arriveerde de Gestapo bij het huis van de Nederlandse spion in Mortsel. Maanden eenzame opsluiting en verschillende gevangenissen volgden tot hij tenslotte in Berlijn belandde. Daar werd hij op 25 september 1943 door het Volksgericht ter dood veroordeeld wegens spionage. Vervolgens werd hij naar de Klingelpütz-gevangenis in Keulen overgebracht waar hij op 25 november 1943 om 15.55 uur werd terechtgesteld door onthoofding.
Moeder Maria Hedgren kwam op 20 maart 1945 om bij een mijnexplosie in Oostende. Zoon Pieter -toen 16 jaar oud- werd opgevangen door een Antwerpse familie.
Het lichaam van Karel Hendrik Derkzen Van Angeren werd later overgebracht naar het erepark van de begraafplaats in Mortsel.
(Marc Van de Looverbosch, https://5april1943.be/2025/06/28/)

